Please disable Ad Blocker before you can visit the website !!!

Bestemming Sabugal

by Brenda Aben   ·  1 maand ago   ·  
thumbnail
Dit artikel heeft is nog niet beoordeeld.

Bestemming Sabugal

Het is warm. Zeg maar gerust heet. Het asfalt glimt. Wij komen uit het noorden van Portugal, mijn dochter en ik. Met de bus op weg naar Guarda, in het noordoosten. De gordijnen in de bus zijn grotendeels gesloten vanwege de warmte. Passagiers wapperen met kranten. De reis voert door de prachtige, indrukwekkende Serra da Estrela. Verschroeide aarde en zwartgeblakerde bomen vormen de stille getuigen van bosbranden.

Reisdoel is Manteigas, een dorpje in de Serra dat een ideale start is voor bergwandelingen. Om er te komen moeten we in Guarda overstappen en kunnen we na een uurtje verder reizen. De stad dankt haar naam aan het bewaken van de grens tegen invallen van de Moren. Het is de hoogstgelegen stad van Portugal en heeft haar middeleeuwse karakter weten te behouden. Guarda maakt op ons een sombere indruk. Het nieuwe busstation, op zo’n 500 meter van het centrum, ligt er verlaten bij. Waar zijn de moeders met kinderen, passagiers met plastic boodschappentasjes, mannen en vrouwen op weg, rugzaktoeristen? Het is zaterdag, gewoonlijk een drukke dag met arriverende en vertrekkende bussen. Zo niet hier. Onze bus kan toch niet de enige zijn die dit station aandoet?

Lees meer over reizen per bus in het artikel rondreizen door Portugal.

Een overstapje

Het lijkt of de roodgepleisterde muren van het busstation het er allemaal nog warmer op maken. Ik loop in de brandende zon naar de ‘informação’ achter de lege perrons, terwijl de bus waarmee we zijn aangekomen wegrijdt. De beambte staart uit het raam en lijkt mij niet op te merken. Op mijn vraag hoe laat de bus naar Manteigas gaat, antwoordt hij: “Maandag om half twee”. “Maandag?”, herhaal ik hopend iets anders te horen. De man knikt bevestigend. Het is nu zaterdag. Ik kan mijn oren niet geloven. In de reisgids stond iets anders! Het was al duidelijk dat we niet in Guarda willen blijven. Wat nu?

Achter mij hoor ik een bus met hoge snelheid en vervolgens met piepende remmen het station binnenrijden. Ik draai mij om en ren terug. De chauffeur is al druk doende de bagage uit het ruim te lossen. In mijn beste Portugees informeer ik of hij nog verder rijdt vandaag en zo ja, waar naar toe. “Sabugal”, zegt hij en kijkt me vrolijk aan, alsof hij onze situatie van mijn gezicht kan aflezen. Nooit van gehoord, dus vervolg ik met: “Is dat een beetje leuk dorp met kamers te huur en wat te zien en te doen?” Enthousiast vertelt hij dat er van alles is en ja, er zijn ‘quartos’ te huur en er is een rivier, kasteel en een festival en er zijn winkels en dat het echt een leuk dorp is en hij nu vertrekt.

Een gokje

Dochter gewenkt en wij leggen onmiddellijk onze rugzakken in de bagageruimte en stappen in. We wagen het erop, we gaan voor het avontuur. De buschauffeur blijkt ook een enthousiast weggebruiker te zijn. Na een half uur non stop flink doorrijden op bochtige en smalle wegen zonder een huis of boerderij te zijn gepasseerd, bekruipt mij het gevoel dat we wel erg ver van de bewoonde wereld afraken. Waar brengt hij ons naar toe? Zou het dorp op de kaart staan? Ik was de naam vergeten. Zou het dorp uit meer dan zes huizen bestaan en er meer dan één keer per week een bus vertrekken? Het idee vast te zitten in een gehucht zonder een kamer te kunnen huren of ook maar iets te doen te hebben, dringt zich levensgroot aan mij op. Misschien moest ik iets meer vertrouwen in de buschauffeur hebben. Gemeten aan zijn rijstijl, weet de goede man wat hij doet. Dochter en ik kijken elkaar aan, ik glimlach en zeg: “Leuk hè!”

Een dorpje

Na een uur, rijden we het leukste bergdorp in dat we tot nu toe hebben gezien. Ook hier een nieuw, roodgepleisterd busstation. We nemen hartelijk, dankbaar en opgelucht afscheid van de chauffeur. We lopen langzaam met onze rugzakken plakkend aan de rug het centrum in en nemen een steil straatje naar boven. Het zonlicht is oogverblindend, de bewoners houden siësta en het dorp lijkt uitgestorven. Dochter en ik picknicken op een muurtje aan een vervallen plein. Achter ons een kasteel dat in de steigers staat en helaas niet open voor het publiek dit jaar.

In een van de smalle straten, blijkt een toeristeninformatie te zitten. Hoe is het mogelijk. Om 14.00 uur zal die weer open gaan en kunnen we naar een ‘quarto’ vragen. Tijdens het wachten verschijnt in een deuropening een oudere senhora. Zij begint in een rap tempo te praten. De vrouw wijst naar de zon en gebaart ons dichterbij te komen. Uit een stenen kan schenkt ze heerlijk koud water in kristallen glazen. Er staan bloembakken tegen de gevels en kleurige was hangt over de smalle straat te drogen. In de verte stroomt de Rio Côa. De buschauffeur heeft niets teveel gezegd. Dochter en ik gaan het hier zeker naar ons zin hebben!

Geef een reactie